Geschiedenis:
De eerste botanische tuin werd in 1738 in Leuven opgericht door Henri-Joseph Rega, professor in de geneeskunde aan de universiteit van Leuven.[1] Het eerste doel was kruiden voor medisch gebruik aan te bieden. Later werden de tuinen gebruikt voor studiedoeleinden en herbergden ze een uitgebreide collectie sierplanten, gekweekte planten met economisch potentieel, en zeldzame planten.
Toen de universiteit in 1797 werd gesloten, werd de botanische tuin door de staat in beslag genomen. In de jaren 1820 werd opnieuw een botanische tuin aangelegd, grenzend aan de oorspronkelijke tuin, onder de auspiciën van de nieuwe Rijksuniversiteit van Leuven. Toen de Rijksuniversiteit in 1835 werd opgeheven, ging het eigendomsrecht van de nieuwe botanische tuin over op het stadsbestuur. In 1874 werd op de oorspronkelijke plaats van de botanische tuin van 1738 een meisjesschool gebouwd, maar de nieuwere tuin, die in de jaren 1820 werd aangelegd, blijft in gebruik als stadspark.[1] De tuin is vrij toegankelijk en wordt intensief gebruikt door zowel toeristen als burgers. De tuin fungeert soms als tentoonstellingsplaats voor hedendaagse kunst.